Het verhaal van mijn vader Oscar VOLONT
Gepubliceerd door Erfgoedvereniging Pepijn@Landen vzw in Verzetscafé Landen · zondag 01 feb 2026 · 2:45
Tags: Oscar, Volont, (krijgsgevangenschap)
Tags: Oscar, Volont, (krijgsgevangenschap)
Het verhaal van mijn vader Oscar Volont
verteld door zijn zoon J.P. Volont
VERSLAG van de voorstelling (Erfgoedvereniging Pepijn@Landen vzw)
Het verhaal van mijn vader, Oscar Volont
Mijn vader, Oscar Volont, werd geboren op 24 januari 1920 in Cras-Avernas. Hij was twintig jaar oud toen de oorlog ons land overspoelde. Het hadden de mooiste jaren van zijn leven moeten zijn. In plaats daarvan werden het vijf jaren van gevangenschap, dwangarbeid en ontbering – jaren die hij nooit meer van zich af zou schudden.
Hij diende zijn legerdienst bij het 25ste Artillerieregiment. Toen de oorlog in mei 1940 losbarstte, was hij al gemobiliseerd. Zijn eenheid verdedigde eerst de omgeving van Antwerpen, later het Afleidingskanaal bij Maldegem. Ze vochten moedig, maar waren niet opgewassen tegen de moderne oorlogsmachine van de Duitsers. Op 27 mei 1940, na zware beschietingen en bombardementen door de Luftwaffe, moest ook zijn regiment de aftocht blazen. Twee van de vier paarden waarmee hij het zware kanon voorttrok, werden dodelijk getroffen. Hij bleef achter met “Diable” en “Boule”, alsof zelfs zij weigerden op te geven.
Enkele dagen later kwam het bevel: het Belgische leger had de wapens neergelegd. Op 29 mei werd mijn vader krijgsgevangen gemaakt. De Duitsers beloofden een snelle terugkeer naar huis – “Bald, bald”. Het waren leugens. In plaats daarvan volgde een mensonterende reis in vuile goederenwagons richting Duitsland. Zo begon zijn lange gevangenschap.
Mijn vader belandde in een krijgsgevangenenkamp en werd tewerkgesteld in een slachthuis. Hij vertelde hoe honger allesoverheersend werd, hoe kleine vormen van verzet – een stukje vlees redden, delen met anderen – tegelijk levensnoodzakelijk en levensgevaarlijk waren. Stelen gold als sabotage. De straf kon zwaar zijn. Toch hield solidariteit hen recht.
Na veertien maanden gevangenschap, bij het overlijden van zijn vader, waagde hij een ontsnapping. Samen met twee kameraden geraakte hij tot in Verviers, maar ze werden aangehouden. Andere Belgen, inmiddels ingelijfd bij het Duitse regime, leverden hen uit. Mijn vader werd teruggestuurd naar Duitsland, daarna naar zoutmijnen en uiteindelijk naar Bohemen-Moravië, waar hij als dwangarbeider bomen moest kappen en heraanplanten.
Het laatste oorlogsjaar was het zwaarst. Het eten werd schaarser, de honger ondraaglijk. Soms aten ze gras. Soms waagden ze zich aan een konijn, in stilte, uit wanhoop. Begin 1945 werd de streek gebombardeerd. Schuilen kon niet altijd. Toen de bevrijding eindelijk kwam, in mei 1945, woog mijn vader nog amper 49 kilo bij een lengte van 1 meter 80.
Hij keerde terug. Maar hij kwam niet écht thuis. Zijn lichaam was gebroken, zijn gezondheid blijvend aangetast. In 1975 stierf hij, 54 jaar oud. Te vroeg. Veel te vroeg.
Jaren later kocht ik, samen met mijn vrouw, een klein kunstwerk van Alfons Mucha. Het herinnert mij aan de streek waar mijn vader moest werken, maar vooral aan wat vrijheid betekent. Het is mijn manier om zijn verhaal levend te houden.
Dit is het verhaal van mijn vader. Eén van zovelen. Maar voor mij: alles.